Thy Phalla (25)

gepubliceerd 06-03-2014 16:40, Laatste wijziging: 21-08-2014 13:35
Phnom-Penh, Cambodja - Tien jaar geleden arriveerde Thy in Phnom Penh vanuit het omliggende platteland om te gaan werken. Ze deelt een kamer met een kennis waar ze 23 dollar per maand voor betaalt. “Toen ik aan mijn eerste baan in een kledingfabriek begon kon ik nog niets. Hoewel ik graag achter de naaimachine wilde mocht dat niet. Ik had de vaardigheden niet”. Ze deed niet wat ze wilde en kreeg slecht betaald. “Ik kreeg stukloon: per stuk 50 dollarcent. Maar een stuk waren 100 onderbroeken! Per dag kon ik er 200 afwerken”.
Thy Phalla (25)

© Marieke van der Velden / Hollandse Hoogte (i.o.v. Schone Kleren Campagne) 2013-2014

Dozen en dozen vol onderbroeken

Ze vertrok naar een andere fabriek waar ze 70 dollar betaalde om de naaimachine te leren bedienen. Een enorm bedrag: toen zeventig dagen werk, en nu nog steeds bijna de helft van haar maandsalaris! Maar tegenwoordig kan ze alles maken, vooral ondergoed en sokken. “Wat ik leuk vind aan mijn werk? Ik vind er helemaal niets aan! Ik wil graag uit de fabriek weg, maar ik heb geen andere optie”. Thy werkt tien tot twaalf uur per dag, zes dagen per week, en als het druk is zeven. “Dat zijn dozen en dozen vol met onderbroeken. Mijn basisloon is $80, samen met een aanwezigheidsbonus, overuren en vakantiegeld verdien ik $120 dollar per maand”. En dat is niet genoeg: “Ik moet altijd weer geld lenen. En kiezen: koop ik eten of stuur ik geld naar mijn familie?”.

Voor 2008 interesseerde ze zich niet zo voor politiek en sociale thema’s. Totdat ze een Engelse cursus volgde in het Workers Information Centre, een organisatie vrouwelijke kledingarbeiders ruimte biedt voor cursussen, discussie en advies. ”Aan het begin was het moeilijk, maar beetje bij beetje ging het lezen mij steeds makkelijker af. En ik ontdekte dat iedereen dezelfde problemen heeft als ik”. Dit was een keerpunt in haar leven.

ThyADS
Thy voor de deur van haar kleine kamer.

In 2010 volgde ze een training van de ILO (een agentschap van de VN) over arbeidsrechten. Hier bleek ze gevoel voor te hebben. Ze werd daarom teruggevraagd om aan het project mee te blijven werken. Nu is ze voor collega’s het aanspreekpunt over veiligheid en gezondheid. “In sommige fabrieken hangt mijn foto aan de muur met hygiënevoorschriften: was je handen! Ik ben een voorbeeld voor anderen.” Maar het heeft ook een keerzijde: “Fabriekseigenaars kennen mij een beetje, dus managers stellen mij soms vragen en denken dat ik een oproerkraaier ben. Ze hebben liever geen personeel die is betrokken bij de ILO of contact heeft met arbeiders in andere fabrieken. Maar ja, ik laat ook wel van mij horen als er iets aan de hand is!” Dit zit wel al een beetje in haar. In 2005 werd haar salaris met 3 dollar gekort. “Ik vroeg: waarom word alleen op mijn salaris geld ingehouden? Vervolgens werd ik ontslagen”. Ze is dan ook wel lid van een vakbond, maar daar is ze nog niet zo actief in. “Als de vakbond activiteiten organiseert dan ga ik daar wel altijd naar toe.”

Thy’s droom is om voor een maatschappelijke organisatie te werken en zo andere mensen te helpen. “Ik hou niet zo van Phnom-Penh, ik hou van de bergen en frisse lucht. Andere dingen waar ik blij van word is mijn familie te zien en geen schulden meer te hebben. Ja, daar word ik blij van!”. Over de fotoshoot zegt ze: “Ik ben trots dat jullie mij hebben gekozen. Ik ben degene die mijn verhaal met jullie kan delen. En misschien is mijn foto wel door de hele stad te zien! Ik wil de mensen in Nederland laten weten dat voordat je je kleren aantrekt je in het label van je kleding kijkt. Zie je “Made in Cambodia”, bedenk dan hoe hard wij hebben gewerkt aan het kledingstuk”.