Wat is er mis: (OVER)LEVEN IN INDIA

gepubliceerd 24-08-2009 13:01, Laatste wijziging: 18-02-2014 16:41
Kledingarbeidsters in India. Dit beeld heeft geen directe relatie met het hier beschreven onderzoek. Meer dan 16,5 % van de Indiase buitenlandse verdiensten komt uit de kledingindustrie. Er zijn zo'n  3,5 miljoen arbeiders werkzaam in de kledingindustrie. Geschat wordt dat 1 op de 6 huishoudens in India, direct of indirect, van de industrie afhankelijk is. 30% van de kleding voor de exportindustrie wordt in Delhi en Gurgaon gemaakt, daarna komen Tirupur, Mumbai en Bangalore.

Ook in India zijn de voedselprijzen behoorlijk gestegen. Zo kosten tomaten nu 1,5 keer zoveel als vorig jaar. Bloemkool die in mei dit jaar nog 9 INR per kg kostte, wordt nu, in augustus, voor 30 INR per kg verkocht. De prijsstijgingen gelden ook voor andere onmisbare ingrediënten van het Indiase dieet, zoals linzen en uien.
Dit maakt het des te zuurder dat de meeste arbeiders uit het onderzoek niet eens weten dat het minimumloon is gestegen. Het nieuwe minimumloon, dat zo'n 176 INR hoger ligt, werd op 22 april 2009 officieel in Gurgaon, en ging met terugwerkende kracht in vanaf januari 2009. De geïnterviewde arbeiders wisten al helemaal niet dat zij recht hebben op uitbetaling van het verschil tussen het oude en nieuwe minimumloon tussen januari en april.

Een medewerker van de lokale vakbond die meehielp aan het onderzoek zegt geen enkele arbeider te kennen die niet aan een beroepsgerelateerde ziekte lijdt.
Er is geen één arbeider met een gezond gezicht te zien in de industrie, en deze arbeiders worden erg vroeg in hun leven oud.