Waarom is een leefbaar loon zo belangrijk?

gepubliceerd 09-06-2014 21:20, Laatste wijziging: 21-08-2014 13:35
Ondanks de heldere definitie van een leefbaar loon leven de meeste werknemers in de internationale kledingindustrie nog steeds in armoede. Het wettelijk minimumloon is in veel kledingproductielanden lager dan het leefbaar loon, wat betekent dat werknemers in de kledingindustrie niet kunnen voorzien in hun basisbehoeften.
Waarom is een leefbaar loon zo belangrijk?

Kledingarbeiders werken lange uren, maar verdienen te weinig om van te leven

Het verschil tussen het wettelijk minimumloon en een leefbaar loon neemt nog steeds toe, zoals blijkt uit cijfers van de Asia Floor Wage Alliance uit 2013. De dagelijkse problemen van onderbetaalde werknemers beperken zich echter niet tot geldzorgen. Als het salaris van werknemers voor een normale werkweek niet genoeg is voor de basisbehoeften van hen en hun gezin, krijgen ze ook te maken met andere aan armoede gerelateerde problemen. Denk daarbij aan een tekort onvoldoende goede voeding, beperkte toegang tot adequate gezondheidszorg, een gebrek aan sociale zekerheid, slechte huisvesting, beperkte toegang tot onderwijs en uitsluiting uit het culturele en politieke leven.

Al jaren rechtvaardigt de internationale kledingindustrie de verplaatsing van de productie naar verarmde economieën door te wijzen op de werkgelegenheid die deze met zich meebrengt en te benadrukken dat vooral vrouwen profiteren van werk in de kledingindustrie. Het is inderdaad waar dat de overgrote meerderheid van de werknemers in de internationale kledingfabrieken vrouwen zijn en dat hun werk voorziet in het levensonderhoud van miljoenen mensen en hun gezinnen, hoe karig en onzeker het ook is.

Meer en meer blijkt echter dat het werken in kledingfabrieken voor de werknemers niet de beloofde economische vooruitgang oplevert. Kledingarbeiders, en in het bijzonder vrouwen (80% van alle arbeiders in de kledingindustrie), krijgen geen eerlijk deel van de waarde die ze genereren voor de toeleveringsketen. Ze verdienen geen leefbaar loon, laat staan dat ze iets kunnen sparen om de armoedecyclus te doorbreken. Ze zitten opgesloten in een vicieuze cirkel van lage lonen, buitensporig overwerk, woekerleningen en extreme afhankelijkheid, waardoor ze als werknemers erg kwetsbaar zijn. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) verwoordde het in een rapport over Bangladesh uit november 2013 als volgt: “Bangladesh kende een langdurige periode van economische groei, vooral dankzij de export van de kledingsector. Dit leidde tot een verschuiving van de werkgelegenheid van de agrarische sector naar de industrie en dienstverlening. Vrouwen maakten in Bangladesh een integraal onderdeel van deze verandering uit en speelden een belangrijke rol in de armoedebestrijding en plattelandsontwikkeling. Ondanks de aanzienlijke economische groei van de afgelopen jaren zijn de arbeidsomstandigheden echter niet merkbaar verbeterd, zeker niet voor de miljoenen werknemers in de kledingsector.”

Alleen met leefbare lonen kan de overgang naar een mondiale economie daadwerkelijk leiden tot duurzame ontwikkeling en economische voordelen voor de productielanden.

Leefbaar loon, wereldwijd

Uiteraard komt onderbetaalde arbeid niet alleen in de Aziatische kledingindustrie voor. Het wettelijk minimumloon is in sommige Oost-Europese landen nog lager dan in Azië. Bovendien is het minimumloon in veel Oost-Europese landen lager dan het bestaansminimum zoals dat door de betreffende overheden is vastgesteld. Daarom is een leefbaar loon wereldwijd van belang voor een eerlijke verdeling van de verdiensten/winsten. Om die reden hebben we voor dit onderzoek gekeken naar het beleid, de activiteiten en de strategieën van de hele toeleveringsketen van bedrijven.