BSCI en WRAP

gepubliceerd 17-08-2009 06:35, Laatste wijziging: 22-08-2012 13:36
Als antwoord op de jarenlange vraag van consumenten en organisaties om maatschappelijk verantwoord te ondernemen heeft ook het bedrijfsleven stappen gezet om aan deze wens te voldoen. Twee van deze organisaties die hieruit zijn ontstaan is het Europese Business Social Compliance Initiative (BSCI) en het Amerikaanse WRAP.

Business Social Compliance Initiative (BSCI)
Het is goed dat dit initiatief een gedragscode heeft waarin de belangrijkste arbeidsrechten zijn opgenomen. Maar de Schone Kleren Campagne heeft wel bedenkingen bij de werkwijze die BSCI heeft gekozen om deze in praktijk te brengen.

Het BSCI is in 2002 opgezet door een Europese lobbyvereniging van het bedrijfsleven, de Foreign Trade Association. Als goed gecoördineerd en sectorbreed platform heeft BSCI een prima uitgangspositie om verantwoordelijkheid te nemen voor arbeidsomstandigheden in lagelonenlanden, en zo te werken aan structurele verbeteringen. BSCI hanteert een gedragscode waarin omschreven wordt waaraan een fabriek qua arbeidsomstandigheden moet voldoen. Helaas schiet BSCI volgens ons te kort op de volgende punten:

  1. Participatie en zeggenschap van verschillende stakeholders. Het is belangrijk dat de input van arbeiders en hun organisaties centraal wordt gesteld bij schendingen van hun rechten en de verbetering van arbeidsomstandigheden. Zij weten immers hoe het er echt aan toe gaat in de fabrieken, wat er moet veranderen, en op welke manier. Daarnaast is het belangrijk dat de claims van bedrijven en naleving van de gedragscodes wordt geverifieerd door een onafhankelijke organisatie waarin alle stakeholders (bedrijven, vakbonden en NGO's) op beleidsbepalend niveau een gelijke stem hebben.
    Binnen BSCI wordt het beleid echter alleen bepaald door bedrijven. Vakbonden en andere organisaties die werknemers vertegenwoordigen, hebben geen zeggenschap. Dit doet afbreuk aan de intenties en geloofwaardigheid van BSCI.
  2. Audits. Binnen BSCI ligt de focus op het uitwisselen van informatie over fabriekscontroles via een database. Daarnaast organiseert BSCI op basis van audit-resultaten workshops voor leveranciers. Deelname aan deze workshops is vrijwillig. Voor de audits werkt BSCI met auditbureaus die geaccrediteerd en getraind zijn om BSCI en SA8000 controles uit te voeren. Uit studies van o.a. Schone Kleren Campagne blijkt dat de controle op de uitvoer van gedragscodes vaak niet goed gaat. Controleurs worden bijvoorbeeld om de tuin geleid door het management die vervalste urenregistraties toont. Ook daarom is het noodzakelijk dat arbeiders en hun vertegenwoordigende organisaties centraal staan bij de controle en verbeterprogramma’s.
    Omdat het essentieel is dat de arbeiders zich durven uit te spreken en misstanden kunnen melden, zullen de controleurs in goed vertrouwen contacten moeten onderhouden met de arbeiders en hun organisaties. Dit gebeurt binnen BSCI onvoldoende. Hierdoor komen schendingen van bepaalde arbeidersrechten, zoals het recht op het vormen van een vakbond, seksuele intimidatie en gedwongen overwerk, onvoldoende aan het licht.
  3. Leefbaar loon. In de gedragscode van BSCI staat niet duidelijk dat arbeiders recht hebben op een leefbaar loon; fabrieken worden alleen 'aangemoedigd' dit te betalen.
  4. Klachtensysteem. Om een code implementatie systeem goed te laten werken is het belangrijk dat arbeiders kunnen aangeven wanneer hun rechten worden geschonden. Daarvoor is een goed werkend en veilig klachtensysteem belangrijk. BSCI heeft aangegeven dat zij in 2009 klachtenlijnen heeft geopend in China en India, de grootste leverancierslanden voor hun leden. Het is echter onduidelijk of de arbeiders op een veilige manier gebruik kunnen maken van deze klachtenlijnen.
  5. Rol van bedrijven. De vraag wat de rol en verantwoordelijkheid is van de bij BSCI aangesloten bedrijven om misstanden bij hun leveranciers te voorkomen, speelt bij BSCI nauwelijks een rol. Om tot structurele verbeteringen te komen zullen deze bedrijven een inkoopbeleid moeten gaan voeren dat in ieder geval rekening houdt met realistische levertijden (om overwerk te beperken) en een toereikende inkoopprijs (zodat arbeiders een leefbaar loon kunnen krijgen).

Worldwide Responsible Accredited Production Principles (WRAP)
WRAP is in 2000 opgericht door de Amerikaanse brancheorganisatie American Apparel and Footwear Association om te komen tot standaardregels in fabrieken en het voorkomen van dubbele controles. Een aantal grote Amerikaanse kledingbedrijven zoals VF Corporation (o.a. Lee, Wranger, Jan Sport, The North Face, Timberland, Vans) is lid van dit initiatief. WRAP geldt als een alternatief voor minder vooruitstrevende bedrijven voor de MSI Fair Labor Organisation.

De gedragscode van de organisatie is in vage bewoordingen opgesteld en verwijst niet naar internationale arbeidsrechtenstandaarden. Het recht op een leefbaar loon ontbreekt (alleen lokaal minimumloon), het recht om lid te worden van een vakbond is vaag omschreven, kinderen mogen onder bepaalde voorwaarden vanaf hun 14de werken en de maximale werkweek wordt niet gedefinieerd (in de code staat alleen dat arbeiders elke 7 dagen 1 dag vrij moeten zijn in plaats van een maximale werkweek van 48 uur met maximaal 12 overuren).

Op alle niveaus ontbreekt vertegenwoordiging van werknemers, vakbonden of maatschappelijke organisaties. Daardoor is het systeem niet geloofwaardig. Het systeem van WRAP legt de volledige verantwoordelijkheid voor het verbeteren van arbeidsomstandigheden bij de leveranciers. Het systeem houdt geen rekening met de ongelijke machtsverhoudingen die de oorzaak is van de meeste problemen in de fabrieken. Dit betekent dat er niet gekeken wordt naar het aankoopbeleid van de kledingmerken en -winkels. Voor zover bekend is de controle op de arbeidsomstandigheden niet onafhankelijk. De fabriek die gecontroleerd wil worden, mag zelf een controle-organisatie selecteren.