Made in Italië

gepubliceerd 10-02-2015 16:42, Laatste wijziging: 10-02-2015 16:42
Italië is natuurlijk vooral bekend vanwege luxemerken zoals Louis Vuitton, Armani, Prada en Dior, maar het land heeft ook nog steeds een flinke kledingindustrie. Deze industrie ontstond aan het begin van de negentiende eeuw in Milaan, nog steeds dé modestad, met de bijbehorende negentiende-eeuwse arbeidsomstandigheden. De Italiaanse kledingindustrie bestaat uit vooral kleine en middelgrote bedrijven, zo'n 50.000 in totaal, die gemiddeld 8.5 mensen in dienst hebben. Hierdoor is de sector verantwoordelijk voor ruim 14% van de werkgelegenheid in de maakindustrie, de belangrijkste na de metaalindustrie.
Made in Italië

Pradawinkel - Wikimedia creative commons

De Italiaanse Republiek wordt door haar vorm ook wel 'de laars' genoemd. Het Zuid-Europese land is grotendeels omgeven door zee en is een populair vakantieland, vanwege de zee, het klimaat en de rijke (culturele) geschiedenis. In de Oudheid was Italië het centrum van het Romeinse Rijk, in de Middeleeuwen werd Rome het hart van de Rooms-katholieke kerk en later ontstond in de regio Toscane de Renaissance. In de negentiende eeuw werden de onafhankelijke Italiaanse (stads)staten verenigd en in 1861 werd de Italiaanse staat uitgeroepen met een parlement en aan het hoofd de koning. Hier kwam verandering in toen vanaf 1922 de fascistische leider Benito Mussolini aan de macht kwam. Hij maakte van Italië een totalitaire staat en werd een bondgenoot van nazi-Duitsland. Na WOII werd Italië een democratische republiek met een president aan het hoofd. Tegenwoordig behoort Italië als zevende economie ter wereld tot de rijkste landen die er zijn.

Feiten Italië

Italië ligt op 1300 km van Nederland
Bevolkingsaantal (2014): 
61,7 miljoen
Oppervlakte: 301.000 km2 (ruim 7x zo groot als Nederland)
Hoofdstad: Rome
Arbeidsplaatsen kledingindustrie (2013): 430.000
Percentage kleding in totale export (2014): 12%
Exportwaarde kleding (2014): € 4,2 miljard
Percentage kledingproductie wereldmarkt (2014): geschat op 6%
Minimumloon (2015): Italië heeft geen wettelijk minimumloon
Leefbaar loon (2015): €1600 volgens het Italiaans instituut voor statistiek, afhankelijk van de regio €1400 – €2000

Kledingindustrie

Italië is vooral bekend vanwege luxemerken zoals Louis Vuitton, Armani, Prada en Dior, maar het land heeft ook nog steeds een flinke kledingindustrie. Deze industrie ontstond aan het begin van de negentiende eeuw in Milaan, nog steeds dé modestad, met de bijbehorende negentiende-eeuwse arbeidsomstandigheden. Een krant uit 1903 beschreef een groep vrouwelijke arbeiders na een nachtdienst: “Bleek, versleten, bedekt met stof, het haar ongekamd, en met enorme wallen onder hun ogen, gebrandmerkt door fijn stof, vermoeidheid en inspanning”. Na WOII verbeterde de situatie nadat arbeiders zich in vakbonden organiseerden.

Ondanks het sterke merk 'Made in Italië' sloten vanaf de vroege jaren 1990 veel bedrijven hun deuren en verplaatste de productie naar lagelonenlanden in Azië. Italië is vanaf 2007 ook flink geraakt door de economische crisis.

De Italiaanse kledingindustrie bestaat uit vooral kleine en middelgrote bedrijven, zo'n 50.000 in totaal, die gemiddeld 8.5 mensen in dienst hebben. Hierdoor is de sector verantwoordelijk voor ruim 14% van de werkgelegenheid in de maakindustrie, de belangrijkste na de metaalindustrie. Na China is Italië zelfs de grootste handelaar in kleding, schoenen en lederwaren en het vierde land qua textiel.

De productie vind plaats in negen regio's die zich specialiseren: breigoed in Biella, sportkleding in Montebelluna en spijkergoed in Marche bijvoorbeeld. Een nieuwe trend is dat grote luxemerken oude fabrieken opkopen die jaren daarvoor gedwongen sloten. In die fabrieken wordt nu goedkoop geproduceerd voor lage lonen en in slechte arbeidsomstandigheden.

Functies en contracten

In de Italiaanse kledingindustrie werken vooral vrouwen en immigranten (20%) die de meest monotone en simpele werkzaamheden verrichten. De helft van de immigranten komen oorspronkelijk uit China, de rest uit landen als Roemenië, Bangladesh, Pakistan, Marokko en Albanië. Mannen werken als ontwerpers, verkoper en snijden van materiaal. De baan met het meeste aanzien en het hoogste loon zijn de patroonmakers die van het exclusieve ontwerp een prototype maken. De meeste mensen in de Italiaanse kledingindustrie, ruim 88 procent, hebben een contract voor onbepaalde tijd, maar er wordt steeds meer gewerkt met tijdelijke contracten en uitzendbureaus. Daarnaast is er een hele sector van kleine werkplaatsen die onder de radar valt: hier wordt zwart gewerkt of wordt gewerkt met uitgeklede contracten. 

Lonen en werktijden

“We voelen ons slechts nummers. Op mijn afdeling zijn we allemaal goedopgeleide en voorzichtige materiaalsnijders. We doen ons werk zorgvuldig en met toewijding, ook de naaisters, vrouwen die vingervlug handwerk maken, kostbaar werk dat een oude kunst is. Als ze nou gewoon zouden zeggen: 'goed gedaan!', dat zou net zo mooi zijn als een bonus.” – anonieme stofsnijder

Door de economische crisis komen er ook in Europa steeds meer werkende armen, in Italië is dat zo'n 10% van de werkenden. Italië heeft geen standaard minimumloon, de lonen worden bepaald via Cao's die worden afgesloten tussen werkgevers en vakbonden, die tot de sterkste bonden in Europa horen.

Het Italiaanse instituut voor statistiek berekende dat een Italiaans gezin 1600 euro nodig heeft om van te leven. De Italiaanse Schone Kleren Campagne deed in 2014 onderzoek waaruit bleek dat Italiaanse kledingarbeiders gemiddeld tussen de €1100 – €1200 per maand verdienen. Bijna alle werknemers gaven aan dat dat niet genoeg geld is om van rond te komen. Dit zou wel het geval zijn als hun loon met ongeveer €100-€200 werd verhoogd.Er zijn nog lagere maandlonen: werknemers in een leer-werktraject verdienen maar € 750 euro per maand en thuiswerkers € 850. Deze thuiswerkers kunnen ook via stukloon betaald worden. Wat de arbeiders vooral steekt is dat de producten die zij maken luxeproducten zijn die voor enorme bedragen worden verkocht.

Een normale werkdag duurt van acht uur 's ochtends tot een uur of vijf 's middags, maar er wordt veel overgewerkt. Officieel mogen dit 96 uren per jaar zijn, maar dit aantal wordt illegaal overschreden door twaalf uur per dag te werken of terug te komen op zaterdag.

“We werken gewoonlijk elke dag een uur over als er veel werk te doen is, maar we worden daar niet voor betaald. Dat noemen ze flexibele arbeidstijden. Als je meer dan 120 uur per jaar overwerkt, krijg je bij het 121ste uur steeds een uur extra uitbetaald. Wij hebben geluk, als we op zaterdag werken dan betalen ze meteen”. – anonieme arbeider

Chinese bedrijven

Italië kent een grote Chinese gemeenschap. Sinds de jaren 1990 begonnen Chinese ondernemers kledingbedrijven over te nemen en op te zetten waar alleen landgenoten werken. In het hele land gaat dit om bijna 9%, maar in sommige regio's zijn 80% van de kledingbedrijven in Chinese handen. In veel gevallen worden ook de lonen en arbeidsomstandigheden geïmporteerd uit hun vaderland: hongerlonen, afwezigheid van vakbonden, angst voor werkonzekerheid en onveiligheid. Dit bleek ook bij een fabrieksbrand in december 2013 waar zeven arbeiders omkwamen. De werkplaats stond in een Chinese wijk met fabriekjes waar 24 uur gewerkt werd door migranten gehuisvest in kale slaapzalen met tralies voor de ramen.

De Chinese fabrieken in Italië werken zowel direct als indirect via uitbesteding voor luxemerken als Armani, Valentino, Versace, Dolce & Gabbana, Prada, Dior, Burberry, Chanel en Max Mara. Dit is een vicieuze cirkel: de Chinese ondernemers produceren goedkoop, waardoor luxemerken bij bestellingen in deze fabrieken een lagere prijs eisen. Door de druk van fast fashion eisen bedrijven, ook luxemerken, steeds snellere levering voor lagere prijzen. De Chinese bedrijven voldoen hier aan.

 “Vijftien mensen moeten in een kamer slapen zo groot als deze hier; er is een keuken en een gasfles. Er zijn geen ramen; de trap naar de productiezone beneden is volgestapeld met kartonnen dozen met stoffen.” – controleur die een onderaannemer bezocht

Een manager bij Armani vertelde: “Ik moet toegeven dat de Chinezen zeer concurrerend zijn wat tijd betreft. De Chinese bedrijven waar wij mee werken zijn correct geregistreerd en gecertificeerd, en we bezoeken. Ze hebben een reactievermogen en flexibiliteit die lokale bedrijven worstelen om te bereiken.”