Rana Plaza overlevende Mahinu Akter

gepubliceerd 23-10-2014 11:42, Laatste wijziging: 23-10-2014 11:42
Mahinu Akter (18) was naaister op de vierde verdieping van het Rana Plaza-gebouw en maakte shirts en broeken voor internationale merken. Zij raakte gewond aan haar hoofd en voet. Ze heeft nog steeds veel pijn aan haar voeten, heeft opgezwollen benen, last van geheugenverlies en constante hoofdpijn.
Rana Plaza overlevende Mahinu Akter

Mahinu Akter (18) overleefde de Rana Plaza-ramp

Op haar 14de begon ze al te werken in de fabriek, omdat haar vader de enige was die geld verdiende om het gezin te onderhouden en ze daardoor tegen allerlei financiële problemen aanliepen. Mahinu vertelt dat Rana Plaza er in de omgeving om bekend stond dat minderjarige werknemers er makkelijk aan een baan konden komen.

Zwaar en onveilig werk

Werken in de fabriek was zwaar. Mahinu werkte van acht uur ‘s ochtends tot tien uur ‘s avonds, zeven dagen per week en verdiende maar 4,200 taka per maand (43 euro). Van dat bedrag moest het gezin maandelijks 2000 taka huur betalen en dagelijks 500 taka uitgeven aan eten. Ze kan zich herinneren dat er in de tijd dat ze er werkte drie keer een brand uitbrak in de fabriek, waarvan twee op dezelfde dag. Tijdens één van de branden raakte iemand die naar buiten probeerde te komen gewond door een afgesloten nooduitgang. Na dat incident eisten de werknemers dat die deur open zou blijven staan. De fabriek liet dit korte tijd toe, maar na slechts een paar weken ging de deur weer steevast dicht. Er was verder geen vakbond in de fabriek en er was niemand om misstanden bij aan de kaak te stellen.

Tijdens de drie jaar dat ze in de fabriek werkte zag Mahinu nooit iemand die het gebouw kwam inspecteren. Ze vertelt dat er geregeld buitenlanders op bezoek kwamen, maar die spraken nooit met haar. “Meestal waren ze er om te controleren of wij de kleding wel goed maakten. Soms gingen ze langs [bij collega’s] om te kijken naar de manier waarop zij werkten en te vragen of ze goed werden behandeld. Iedereen wist dat als je iets negatiefs aan hen zou vertellen je zou worden ontslagen zonder betaling.”

Haar vader overleed twee dagen voordat Rana Plaza instortte in een busongeluk. De dood van haar vader betekende dat zij verantwoordelijk werd voor het onderhouden van haar moeder en haar twee broertjes, die nu tien en vijftien jaar oud zijn. Haar moeder was een tijd lang ziek en had maagproblemen.

Verwondingen

Mahinu wil niet praten over de dag van de instorting, maar ze vertelt ons wel dat ze had gehoord dat er problemen waren met het gebouw. “De opzichters vertelden ons dat de scheuren in het gebouw erg klein waren en dat we ons nergens zorgen over hoefden te maken. Ze vertelden ons dat we, als we niet aan het werk zouden gaan, ons hele maandsalaris zouden verliezen.”

Mahinu verloor een teen door een vallende machine en liep een aantal hoofdwonden op. Ze werd toegelaten in een ziekenhuis en verbleef daar twintig dagen lang. Toen ze eenmaal weer thuis was lag ze nog een hele maand op bed en kon ze amper eten. Zelfs vandaag de dag heeft ze moeite met eten en heeft ze haar eetlust verloren. Ook heeft ze nog steeds last van pijn in haar voeten, opgezwollen benen, geheugenverlies en hoofdpijn.

Financiele onzekerheid

In het ziekenhuis bood iemand van het ‘Centre for the rehabilitation of the paralysed’ haar aan om te helpen, maar ze weet niet wie dat zijn. Ze gaven haar een business-training en daarbij 7000 taka voor producten als rijst en bloem. Ze sloot een lening om een koelkast te kunnen kopen en begon twee maanden later een kleine winkel, vlak bij haar huis.

Tot nu toe heeft ze nog geen compensatie ontvangen – alleen de 45.000 taka van Primark en de 50.000 taka uit het fonds. Als het kon zou ze heel graag een stukje land kopen en terugverhuizen naar een dorp. Ze heeft geen eisen wat betreft het bedrag dat ze als compensatie zou moeten ontvangen. “Het maakt niet uit hoeveel compensatie we willen”, zegt ze, “we weten toch dat ze het ons nooit gaan geven.”